donderdag 17 maart 2016

Het Boshuis te Drie, bouw en eerste bewoners


Wie tegenwoordig 'Drie' zegt, zegt al snel 'Boshuis'. Wandelaars en fietsers die het Speulderbos doorkruisen vinden er een goede pleisterplaats om wat te eten of te drinken. Op de gevel staat het jaartal 1765. Het jaar van de bouw? Als we het minuutplan van het kadaster uit 1832 combineren met onderzoeksgegevens uit het archief van het Speulderbos en de bevolkingsadministratie van Ermelo krijgen we zicht op een klein stukje geschiedenis van dit monument en zijn bewoners.


Speulderbos

Het Speulderbos was vanaf de Middeleeuwen tot 1884 een 'maalschap', grond die in gemeenschappelijk eigendom werd bezeten door de 'maalmannen', zoals men de gerechtigden noemde. In 1884 werd de maalschap omgezet in een naamloze vennootschap, die zijn bezittingen in 1919 aan het Rijk verkocht. Het buurtschap Drie was volledig omgeven door de gronden van de maalschap van het Speulderbos, was er als als het ware door ingekapseld.
Het Gelders Archief in Arnhem bewaart het archief van het Speulderbos. Volgens de toelichting op de inventaris (2013) zouden de malen, de gezamenlijke eigenaren, in de achttiende eeuw de buurtschap Drie aangekocht hebben. Deze informatie werd overgenomen uit de voorafgaande inventaris van het archief van de maalschap.
Dit is niet juist. Die conclusie kunnen we trekken door eigendomsinformatie uit het archief van het Speulderbos te combineren met de kadasterinformatie uit het minuutplan en de oorspronkelijke aanwijzende tafel uit 1832.

De bezittingen van de maalschap van het Speulderbos in en om Drie in 1832 (Minuutplan kadastrale gemeente Ermelo, blad Speulde 02, detail ingekleurd door de auteur: donkergroen = opgaande bomen, bruin = hakhout, roze = heide, geel = akkerland, lichtgroen = weiland, rood = huis)


Situatie 1832

Drie telde in 1832 vijf huizen (zie 'in 1832' in dit blog), met het bijbehorende land. Van de vijf eigenaren was het Speulderbos er één. De rest was nog particulier eigendom, dat in de loop van de negentiende eeuw in ieder geval deels ook in bezit van het Speulderbos zou komen.
Wie de situatie in Drie kent, ziet dat het hier gaat om het Boshuis, met daarnaast een schuur, met een perceel akkerland aan de noordkant en twee percelen akkerland aan de zuidkant van het erf.

Detail van het minuutplan 1832, met tegenover het Boshuis (perceel 77)  een rondje dat vermoedelijk de lokatie van een put betekent 

Het Boshuis staat op perceel 77. Opvallend is dat hier een vierkante vorm getekend is. Het tegenwoordige Boshuis heeft een rechthoekige vorm, met een aanbouw aan de rechterzijde, doorlopend naar achteren. Het Monumentenregister, dat het Boshuis in 1970 als monument inschreef, vermoedt dat deze aanbouw dateert uit de eerste helft van de negentiende eeuw. Dat is dan in ieder geval na de opname voor het kadaster geweest (1811-1832).


De waterput

Kijken we meer in detail naar de situatie rondom de kruising, dan zien we op de hoek tegenover het Boshuis een rondje ingetekend, een waterput. Die bevindt zich op de openbare weg, maakt geen deel uit van het aangrenzende perceel met opgaande bomen.
Reeds in de zeventiende eeuw was er in Drie een waterput. Houtrichter W.G. Wolffsen vermeldt hem in zijn 'Beschrijvinge van 't Speulder Bosch' (1646) als 'een seer uitnemend diepe steenen put, tot verwonderens toe'. [1]
Uit de achttiende-eeuwse rekeningen van het Speulderbos kunnen we opmaken dat de putvan de gezamenlijke geërfden was. In de rekening van 1782-1783 staat onder het kopje 'reparatie op Drie' aangetekend dat 'voor 't maaken van de put' volgens de afrekening van de geërfden van Drie het aandeel van 'de Bosch' (het Speulderbos) 34 gulden 4 stuivers en 1 1/2 penning was. [2]
Die put, was tot in de jaren dertig van de twintigste eeuw in gebruik. Hij is tegenwoordig niet meer zichtbaar, maar hij is er nog wel, ondergronds afgedekt met een betonnen plaat [3].  


Aankoop van de grond voor het Boshuis

In het archief van het Speulderbos zijn de eigendomsbewijzen bewaard van de aankopen van de maalschap van het Speulderbos. Op 4 maart 1765 koopt het Speulderbos van het echtpaar Hannis Roelofsen en Marretje Nukken voor 268 gulden de volgende percelen in Drie aan:
1. " 't Putstuikje", 1 1/2 morgen zaailand;
2. "de Voorste Camp", 2 morgen driest of zaailand;
3. "den Dolacker", 2 morgen dries of zaaijland, plus "den affbreuck van 't olde huys" met de daarbij behorende grond, met de bomen die er op en omheen stonden. [4]  

Het echtpaar had de percelen een maand eerder tijdens een openbare verkoop gekocht van Aart Tijmensen en Marritje Jansen. We herkennen hierin de drie percelen in Drie die in 1832 in bezit waren van het Speulderbos. Het noordelijke perceel heette dan " 't Putstuikje" (=stukje), omdat het aan de waterput grensde. Het zuidelijkste perceel was "de Voorste Camp" en het middelste perceel "den Dolacker". Daar stond een inmiddels afgebroken huis.  

Het Boshuis gezien vanaf de overkant, een perceel met opgaande bomen, net als in 1832 (ansichtkaart, circa 1948, eigen collectie)


De bouw van het ´huis te Drie´ 

Nog in hetzelfde jaar, het jaar dat ook op de gevel prijkt, werd een begin gemaakt met de bouw van het Boshuis. De rekening 1765-1766 heeft een rubriek 'verschot van 't nieuw gemaakte huys', waarin de uitgaven zijn opgesomd [4], de leverantie van hout, steen en glas voor de ramen, arbeidsloon van de timmerman (aannemer), schilder en dakdekker. Van een pannendak was nog geen sprake. Het dak werd gedekt met heidebossen, getuige de aankoop van '22 vimme heit om 't huys te dekken' (een vim is ongeveer 100 bossen) en 5.000 dektwijgen. De totale bouwkosten bedroegen, exclusief de aankoop van de grond, het aanzienlijke bedrag van 1.449 gulden, 8 stuivers en 8 penningen. Met de bouw zal begin augustus 1765 begonnen zijn. Op de tweede dag van die maand bezoeken de holtichters en gecommitteerden 'de Bosch', om het hout voor het nieuwe huis te inspecteren.

Eerste posten van 'Het verschot [de kosten] van 't nieuw gemaakte huys', de inspectie van holtrichters en gecommitteerden, leverantie van spijkers uit Amsterdam, heidebossen en twijgen  voor het dekken van het dak. 

In de rekening van het jaar daarop lezen we dat op 8 augustus 1766 118 gulden betaald is aan timmerman Peter Cornelissen uit Elspeet, voor geleverd hout "aan 't nieuwe huis te Drij". [4] Hout voor de bouw van een schuur?


Zes nieuwe stoelen voor het bosbestuur?

Regelmatig melden de rekeningen daarna reparaties en de aanschaf van materialen. In het jaar 1778/1779 komt er bijvoorbeeld een nieuwe oven. En in 1785-1786 koopt het Speulderbos zes nieuwe stoelen, voor "in de kamer tot Dry" [4]. Het bosbestuur bestond uit twee holtrichters en vier gedeputeerde maalmannen. De kamer zal de ruimte zijn geweest in het nieuw gebouwde huis, waar het bosbestuur vergaderde. Die werd nu voorzien van nieuwe stoelen. Drie jaar later krijgt het huis aan de binnen- en buitenkant een schilderbeurt, een klus die voor 44 gulden is aangenomen door Peter Otten.


Doopinschrijving van Jan, zoon van Jochem Janssen en Wilemtjen Jans, geboren Drie 15 juni, gedoopt Garderen 18 juni 1786.

De bewoners: Jochem Jansen en zijn gezin

Het Boshuis werd bewoond door een van de bosbewaarders. Het Speulderbos had in de achttiende eeuw drie bosbewaarders in dienst. We zouden ze nu "boswachters" noemen.

Vanaf 1785 woont bosbewaarder Jochem Jansen (1738-1808/1809) met zijn gezin in het Boshuis. In 1784 woont hij nog in Houtdorp, ten zuidoosten van Drie. Dat is aangetekend bij de doop van zijn dochter Jannetje (Garderen 1 augustus 1784). Jochem trouwde in 1781 in Garderen met Willempje Jansze. Zij was weduwe van Hendrik Hendriksen, hij weduwnaar van Steventje Frederiks.[6]

In de rekening van 1785-1786 wordt door het Speulderbos 12 gulden op zijn salaris van bosbewaarder ingehouden voor een jaar huishuur van het huis van 'de Bos' te Drie. Dit bedrag keert jaar na jaar terug in de rekening. Vanaf 1808-1809 is het de weduwe van Jochem Jansen die betaalt. Het huis blijft lange tijd in gebruik bij deze familie. In 1841 betaalt de schoondochter van Jochem Jansen, de weduwe van zijn zoon Jan Jochems, voor 'de pacht van het Boshuis en erf op Drie'. Het bedrag is dan nog steeds 12 gulden!

In de eerste decennia van de burgerlijke stand gaat men niet altijd even consequent met familienamen om. Hendrik Hendriksen nam in 1812 de familienaam 'van den Bos' aan. Bij de aangifte van de geboorte van zijn zoon Jan in 1814 noemt de burgemeester van Ermelo hem 'Hendrik Hendriksen Bosch' (Hendrik ondertekent de akte niet want hij kon niet schrijven).  

Van den Bos(ch) in het Boshuis 

Jan Jochems (1786-1839) en zijn halfbroer Hendrik Hendriksen (1776-1844) namen op 14 augustus 1812 in Ermelo beiden de geslachtsnaam Van den Bos aan.[5] Waarom ze deze naam kozen valt niet moeilijk te raden. Ze woonden in het Speulderbos, dat ook kortweg 'de Bos' werd genoemd en zij en hun familie waren er nauw mee verbonden. Jan Jochems van den Bos was er net als zijn vader bosbewaarder.
En de verbinding tussen de Van den Bosschen en het Boshuis loopt nog even door. In het bevolkingsregister van 1850 is Jan Hendriksen van den Bosch (1814-1869), de zoon van Hendrik Hendriksen, op dit adres ingeschreven met zijn gezin. Ook hij is boswachter.


De naam Boshuis

Ik sprak hiervoor steeds van "Het Boshuis", alsof het vanaf het begin zo geheten zou hebben, maar dat is niet zo. Dat blijkt tenminste niet uit het archief van het Speulderbos. Men spreekt hierin steeds van 'het huis op Drie'. Dit huis van 'de Bos' in Drie vond ik tot nu toe voor het eerst in de rekening van 1841 vermeld als 'het Boshuis'. Op dat moment was het niet meer het enige bezit van het Speulderbos in het buurtschap Drie. Enkele jaren daarvoor waren twee andere erven aangekocht, waarover later meer.




Noten
[1] Gelders Archief, 0366 Marken en Maalschappen, Speulderbos, inv.nr. 7 (oud), malenboek, nr. 31. 
[2] Ibidem, inv.nr. 775, rekeningen 1712-1842.
[2] J. Neefjes, Drie; dansende beuken op de Veluwse stuwwal, wandelroute (Amersfoort 2008) 39-40.
[3] Gelders Archief, 0366 Marken en Maalschappen, Speulderbos, inv.nr. 742,
[4] Ibidem, inv.nr. 755.
[5]Deze Steventje was de stiefdochter van Grietje Beerents, de stammoeder van stam 4, Wouter Cornelissen van Drie. Ze werd gedoopt te Garderen 14 oktober 1725 als dochter van Frederik Aartsen Vink en Gerritje Hendriks. Steventje Frederiks en Jochem Jansen trouwden in Garderen op 7 oktober 1759.
[6] P. van Markus, Ermelo; Aangenomen geslachtsnamen 1812 (Publicatie nr. 70 Vereniging Veluwse Geslachten, z.pl. 1986).


Versie 12 april 2016

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen