donderdag 31 maart 2016

Huisje van Cornelis Jansen in Drie gevonden?


De maalschap van het Speulderbos kocht in de loop van de negentiende eeuw de erven en grond in het buurtschap Drie op. De aankoopdocumenten in het archief van het Speulderbos leggen bewoningsgeschiedenis van deze erven bloot. Daaruit komt een stukje geschiedenis van de familie van Wouter Cornelissen van Drie tevoorschijn. Woonde zijn vader Cornelis Jansen op een van deze erven? Liggen hier letterlijk de wortels van deze stam Van Drie?  


Detail van het originele minuutplan van het kadaster (ca 1832), met de kolk (100) en drie erven daar omheen gegroepeerd: Klaas den Herder (99, gebouwtjes in rood), Jan Joachim van den Bosch (125) en Aalt Pater (101). De pijl geeft positie en kijkrichting van de foto hieronder. De korte lijntjes geven aan dat het vanaf de doorlopende lijn oploopt in hoogte. 

Drie erven rond de 'waskolk'

Drie van de vijf bewoonde erven, die het buurtschap Drie in 1832 telde, lagen aan wat tegenwoordig de 'Waskolk' heet. Het is een grote kuil gevuld met water, waar in het verleden de schapen uit dronken en in gewassen werden. Het water blijft er staan dankzij ondoorlatende leemlagen in de ondergrond. Geologen zien geen natuurlijke verklaring voor deze laagte in het terrein. Hij is door mensenhanden ontstaan. De leem ter plaatse is weggegraven, voor het besmeren van wanden van gebouwen, het maken van dorsvloeren en mogelijk ook als vorm van bemesting. [1]
Opvallend is dat de kolk in 1832 geen gemeenschappelijk bezit was, maar eigendom van landbouwer Aalt Pater (Houtdorp 1776 - Drie 1841), die op het erf aan de oostkant ervan woonde. Pater was de 'grootgrondbezitter' van het buurtschap. Van de ruim 38 hectare bouwland bezat hij er ruim 24, ofwel 63%.
Aan de noordkant van de kolk lag het erf van Jan Joachim (Jochems) van den Bosch (Drie 1786 - Drie 1839). Hij komt in de bronnen voor als boswachter en als landbouwer. Het is mij op dit moment nog niet helemaal duidelijk of hij zelf op dit erf woonde, of zijn halfbroer Hendrik Hendriksen van den Bosch (Leuvenum 1776 - Drie 1844). In het laatste geval zou Jan Jochems van den Bosch in het Boshuis gewoond hebben.


De kolk vanuit de noordkant gefotografeerd. Midden achter de kolk, op het lage grasperceel aan de weg stond het huisje van Klaas den Herder, dat daarvoor toebehoorde aan Berend Cornelissen van den Brink (eigen foto 26 maart 2016)

Met het minuutplan in de hand kan je je ter plaatse in Drie een goede voorstelling maken van hoe de situatie rond 1830 geweest moet zijn. Ik was er Paaszaterdag met mijn dochter. Wat opvalt is hoe het vanaf de omliggende weilanden en akkers afloopt in de richting de poel.
De gebouwen stonden in 1830 vrij dicht bij de kolk. De drie woningen van tegenwoordig liggen er wat verder vanaf, op hoger gelegen grond. Aan de zuidkant van de kolk lag het erf van Klaas den Herder (Garderen 1779 - Drie 1831). Vanaf het perceel waar zijn woning stond loopt het talud vrij snel een paar meter op naar het daarachter gelegen grasland (toen bouwland).


Bezit van  (de erven) van Klaas den Herder volgens het kadaster (ca 1832) (rood = erf, lichtgroen = weiland, olijfgroen = tuin, geel = bouwland)

Het erf van Klaas den Herder

Klaas Hendriksen den Herder was de 'kleinste grondbezitter' van Drie. Achter zijn huis had hij een perceel bouwland ter grootte van twee voetbalvelden, bijna één hectare, en ten noordwesten daarvan een kleiner perceel akkerland (9,5 are). Samen waren deze twee percelen goed voor 3% van het bouwland in Drie. Daarnaast had hij bij zijn huis een lapje grond in gebruik als (moes)tuin en een smal strookje grasland.
Klaas den Herder wordt bij zijn overlijden daghuurder genoemd. Hij verhuurde zich per dag, werd per dag betaald. Eerder (1819) komt hij als 'schaapherder' voor. Dat verklaart de keuze van de familienaam waarmee hij zich in 1812 in het register van naamsaanneming van Ermelo liet inschrijven.
Uit de memorie van aangifte die na zijn overlijden in 1831 werd opgemaakt, in verband met de successiebelasting, krijgen we enig zicht op het bedrijf van Klaas den Herder [2]. Hij en zijn echtgenote Willemina Derks Veenhuizen (ovl. Apeldoorn 1847) bezaten toen aan roerende goederen onder meer veertien schapen, drie koeien, landbouwgereedschap en meerdere 'immen' (bijenkorven). Bijen werden niet alleen gehouden voor de honing, maar ook voor de bevruchting van gewassen (bijvoorbeeld boekweit).
Na het overlijden van haar man verhuisde Willemina Derks Veenhuizen naar haar geboorteplaats Apeldoorn. In 1835 verkocht zij haar bezit in Drie voor 600 gulden aan het Speulderbos. [3]

Ligging perceel 128 volgens het minuutplan 1832, met de eigendommen van het Speulderbos ingekleurd. Het rechthoekige perceel wordt omgeven door een ring van hakhout (bruin), opgaande bomen (groen) en heide (roze)

Perceel 128, een eikelkampje?

Het kleine perceel van Klaas den Herder, dat in de kadasteradministratie nummer 128 kreeg, was zo'n vijfentwintig bij dertig meter groot. Het lag in 1832 opvallend geïsoleerd van de andere akkers van Drie. Het werd volledig omgeven door grond van het Speulderbos. Er lag een smalle ring omheen, een houtwal. Ten noorden grensde het aan de heide, ten zuiden aan opgaand bos en ten oosten aan de dubbele houtwal die Drie aan de noordzijde afsloot.

Perceel 128, vanuit de zuidoosthoek. De houtwal is met mos begroeid. Op de achtergrond het jongere naaldbos dat in plaats van de heide verrees (eigen foto, 26 maart 2016; de rechte lijn van de wal is enigszins vervormd door het panorameffect van de opname).

Het perceel is na bijna tweehonderd jaar nog steeds goed zichtbaar en daardoor vrij gemakkelijk terug te vinden. De oorspronkelijke houtwal is te herkennen als een met mos begroeide rug. De aansluitende greppel is op sommige plaatsen inmiddels gevuld. Op de wal staan beuken en op het perceel zelf zijn eiken geplant. De heide aan de noordzijde is inmiddels (naald)bos geworden.

De bijzondere vorm en ligging is ook anderen opgevallen. Het perceel wordt wel gehouden voor een 'eikelkampje'. Jan Neefjes, die onderzoek deed naar de landschapsgeschiedenis van de stuwwal van Drie en een mooie gids schreef voor een cultuurhistorische wandeling rond de buurtschap, ziet een eikelkamp als de plaats waar de maalschap van het Speulderbos 'het zaad verzamelde van goede eikenbomen' [4]
Dat er in bossen inderdaad eikelkampjes aangelegd werden blijkt bijvoorbeeld uit een recente studie van Martijn Horst naar de geschiedenis van het Gortelsche Bos (Noordoost-Veluwe). Daar is in 1833 sprake van een dennenkamp en een eikelkamp, percelen grond die gebruikt werden voor het kweken van deze bomen uit zaad. Die werden dan later uitgepoot in het bos. En in de maalschap van het Edesche Bos besluit men in 1700 om een nieuwe eikelkamp aan te leggen. [5]
Onderzoek in het archief van het Speulderbos heeft geen aanwijzingen voor het bestaan van een eikelkamp opgeleverd. Misschien dat het archief dergelijke informatie in de toekomst nog prijs geeft.
Een perceel voor het verzamelen van eikels of het kweken van eiken zou je misschien eerder midden in, en niet aan de rand van het bos verwachten en in verband met het transport bovendien in de buurt van een weg.

Hoe het ook zij, in 1832 was het perceel in particulier bezit en in gebruik als bouwland.


Greppel aan de zuidwestkant van perceel 128 (eigen foto, 26 maart 2016)

Verkoop door de erven Berend Cornelissen van den Brink

Het archief van het Speulderbos vertelt ons ook wanneer Klaas den Herder zijn eigendommen in Drie kocht, en van wie. Het bevat een kopie van de notariële koopakte van 27 maart 1819. [3]
Verkopers waren Cornelis Berendsen van den Brink en zijn stiefmoeder Hendrikje Hendriks, weduwe van Berend Cornelissen van den Brink. Zij woonden toen in Speuld. De akte beschrijft de twee ons bekende percelen: een huisje met 'een stukje bouwland van drie schepels gezaai' en 'een stukje bouwland van een half schepel gezaai' (wat nu geïnterpreteerd wordt als 'eikelkampje'). De koper woont in Drie, wellicht huurde hij het gekochte onroerend goed al. De verkoopprijs is honderd gulden. De erven Den Herder zouden dit onroerend goed in 1835 voor het zesvoudige verkopen: 600 gulden. Dit doet vermoeden dat er nieuw gebouwd is door Klaas den Herder.
Berend Cornelissen (Drie 1749 - Ermelo 1817) was de oudere broer van Wouter Cornelissen van Drie. In tegenstelling tot zijn jongere broer, die verhuisde naar Amersfoort/Hoogland, bleef Berend het Speulderbos trouw. Uit de rekeningen van de maalschap blijkt dat hij als daghuurder in het bos zijn brood verdiende. In de rekening 1776/1777 en de rekening 1777/1778 staat hij geboekt voor respectievelijk 123 1/2  en 97 dagen werk, voor 10 stuivers (een halve gulden) per dag.[6]


Cornelis Corneliszn., alias Cornelis Berendsen van den Brink, alias Cornelis van Drie ondertekent zijn huwelijksakte (1839) 

Van den Brink, alias Corneliszn, alias Van Drie

De zoon van Berend Cornelissen van den Brink, Cornelis Berendsen van den Brink (1784-1852), ging na 1819 wel zijn oom Wouter Cornelissen van Drie achterna. Bij zijn huwelijk in 1839 met Hendje Gerritse (de Guliker), is hij daghuurder, 54 jaar oud, en woonachtig in Hoogland. De huwelijksakte noemt hem Kornelis Kornelissen, maar hij ondertekent met 'C: Corneliszn'. De familienaam Van den Brink, die zijn vader in 1812 aannam, heeft hij inmiddels laten varen. Hij gebruikt het patroniem van zijn vader als toenaam. Dertien jaar later, in 1852, overlijdt hij in Hoogland als Cornelis van Drie !  

Bezat Cornelis Jansen het erfje van Klaas den Herder in Drie?

Na dit uitstapje naar Hoogland gaan we weer terug naar Drie, naar het erf van Klaas den Herder. In 1832 waren er vijf huizen in het buurtschap Drie, met de bijbehorende erven en land. Het kleinste erf, met de minste grond erbij, was eigendom van Klaas den Herder die het in 1819, met het bijbehorende 'huisje' kocht van de erven Berend Cornelissen van den Brink.
In 1749 stonden in het buurtschap Drie vijf huizen, of beter gezegd vier huizen en een huisje. Dat laatste was eigendom van Cornelis Jansen (zie 'Huizenlijst 1749' in de rechtermarge van dit blog). Het is goed mogelijk dat Berend het huisje van zijn vader in bezit kreeg, en dat zijn erven het later doorverkochten aan Den Herder.

Maar harde bewijzen zijn er nog niet ....



Noten
[1] J. Neefjes, Drie; dansende beuken op de Veluwse stuwwal, wandelroute (Amersfoort 2008) 56-57.
[2] Memorie van aangifte Klaas den Herder: Gelders Archief., toegang 0030, Memories van Successie, Kantoor Harderwijk, inv.nr. 24, folio: 136-140.
[3] Gelders Archief, Archief van het Speulderbos, inv.nr. (oud) 38, doos 136.
[4] Neefjes, Drie; dansende beuken, 44. De wandelgids is niet meer verkrijgbaar. Bij het schrijven van de gids maakte Jan Neefjes gebruik van het onderzoek dat hij in opdracht van de Provincie Gelderland deed naar de landschapsgeschiedenis van de stuwwal waar Drie op ligt. Het rapport van dit onderzoek is te downloaden via de website van zijn bedrijf Overland: Oerbos, leefbos, heide en cultuurland; Landschapsgeschiedenis van de stuwwal Ermelo-Garderen. Historisch-geografische kartering van het landschap (Wageningen 2006).   
[5] Martijn Horst, Van hout delen naar aandelen. Landschap, organisatie en beheer van de maalschap van het Gortelsche Bos op de Noordoost-Veluwe 1618-1907 (Arnhem/Hattem 2011). Deze masterscriptie is op internet te raadplegen. Over de eikelkamp in het Gortelsche Bos: blz. 44, voor de eikelkamp in het Edesche Bos (ontleend aan een studie van boshistoricus J.H. de Rijk): blz. 16.
[6] Gelders Archief, Archief van het Speulderbos, inv.nr. (oud) 17, doos 126.

Versie 31 maart 2016


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen